kauwen

De Kauw (Corvus monedula) behoort tot de kraaiachtigen en is een van de kleinste leden van deze familie (34-39 cm lang). Kenmerkend zijn de grijzige zijhals en achterhoofd en de lichtgroen-grijze oogring. Vrijwel volledig zwarte exemplaren komen overigens ook voor. Kauwen komen meestal in groepen of paren voor en foerageren vaak gezamenlijk in weilanden en wegbermen, ook wel binnen de bebouwde kom. De paarband blijft ook binnen een grotere groep waarneembaar. De roep is een tsjak-tsjak achtig geluid. Ze eten ongewervelde dieren zoals insecten, maar ook zaden, granen en in de stad broodkruimels en etensafval. Kauwen zijn opportunisten die ook in de omgeving van de mens vrij makkelijk voedsel vinden. 

Kauwen zijn intelligente vogels die wel als huisdier werden gehouden en die, vooral als ze als jong al met de mens in contact komen, erg tam kunnen worden. Het is tegenwoordig echter wettelijk niet meer toegestaan om Kauwen te houden. Ze kunnen zelfs jaloers en agressief reageren op mensen. In Nederland nestelen ze meestal in groepen in bomen, elders ook wel op rotswanden en in schoorstenen. De 4-5 eieren worden 16-17 dagen bebroed en de jongen vliegen na ongeveer 30-35 dagen uit. 

Kauwen hebben een zeer ruim verspreidingsgebied, ze komen grofweg voor in vrijwel het gehele Europa, Noord-Afrika en Azië. 

Wet natuurbescherming​
Deze wet is van toepassing op de kauw. Onder bepaalde voorwaarden mag de kauw soms verjaagd, gevangen of gedood worden. Aanwijzing van landelijke vrijstellingssoorten (artikel 65). Dit is een bevoegdheid van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Soorten die veelvuldig in het hele land schade veroorzaken, mogen worden bestreden zonder ontheffing. Op dit moment zijn aangewezen: vos, Canadese gans, konijn, houtduif, zwarte kraai en kauw.