aalscholver

De aalscholver (Phalacrocorax carbo), ook wel scholver, scholverd of schollevaar genoemd, is een tamelijk grote en opvallende vogel. Ook wel “Waterraaf” genoemd. 

Aalscholvers zijn vrijwel geheel zwart, maar met een opvallende witte wang en een gele plek op de plaats van de aanhechting van de bek. De snavel is lang en voorzien van een haakvormige punt. De aalscholver heeft zwemvliezen en kan dus zwemmen. Zijn spanwijdte is maximaal een meter. 

Zijn voedsel is vis, zoals baars, snoekbaars en paling. De aalscholver wordt wel beschouwd als een van de oorzaken van de achteruitgang van de palingstand. Daarom is de ‘waterraaf’ verre van populair bij vissers. In het verleden werden aalscholvers daarom veel bejaagd en werden zij vrij zeldzaam. Tegenwoordig heeft de populatie zich weer hersteld. In 2008 vragen de beroepsvissers om maatregelen. Aalscholvers op en rond het IJsselmeer zouden per jaar zo’n 60-120 ton snoekbaars consumeren. 

De vogel broedt graag in grote kolonies en komt voor langs de kusten van West-Europa Tegenwoordig komt hij ook meer in het binnenland voor, bij sloten, kanalen en rivieren. De aalscholver zit vaak met uitgespreide vleugels op een paaltje bij het water. Hij heeft geen beschermende en waterafstotende vetlaag op de veren en moet dus na iedere zwemtocht drogen om weer te kunnen vliegen.