spreeuwen

De spreeuw (Sturnus vulgaris) is een vogel uit de familie van de spreeuwachtigen (Sturnidae) uit de orde zangvogels (Passeriformes). Ondanks het feit dat hij het hele jaar door te zien is, is het een trekvogel. De spreeuwen die wij hier 's zomers zien, zitten 's winters zuidelijker en onze winterspreeuwen bevinden zich 's zomers noordelijker.

Kenmerken
Het verenkleed is glanzend zwart met, vooral in het zonnetje, een weerschijn van bronsgroen (kop en achterhoofd) en verschillende variaties purper. In de winter is het duidelijker gespikkeld dan in de zomer. Behalve voor kenners is er eigenlijk nauwelijks onderscheid te maken tussen het mannetje en het vrouwtje. Omdat de veren van het wijfje wat groter en breder zijn, en omdat de uiteinden van de contourveren wit gekleurd zijn, zijn háár stippels van het winterkleed groter en staan bovendien wat dichter opeen. Jonge spreeuwen zijn grijsbruin met een lichte keel. Aan het eind van de zomer ruilen ze dit verenpak om voor dat van de volwassenen, zij het dat hun spikkels duidelijker zijn dan die van de oudere volwassenen. De lengte bedraagt 19-22 cm; met een spanwijdte van 37–42 centimeter en een gewicht van 70-80 gram. Spreeuwen kunnen lang achtereen zingen, het geluid dat ze hierbij maken klinkt vaak meer als een soort gekwetter dan een gefluit.

Zwermen
Met name spreeuwen vliegen in het voor- en najaar vaak in grote groepen (zwermen).
10.000 tot meer dan 100.000 stuks zijn normale aantallen. Rond zonsondergang verzamelen de spreeuwen om te overnachten op kabels, in bomen en struiken. Gedurende de aanwezigheid kwetteren en poepen de spreeuwen aanzienlijk. Deze uitwerpselen vormen een groot gezondheidsrisico (o.a. salmonella is één van de risico’s).

Wet natuurbescherming​
Deze wet is van toepassing op de spreeuw. Dit houdt in dat je deze vogels alleen met een ontheffing mag verstoren, verjagen en/of vangen.